WLASSH
 

Winchester Lever Action Shooters Society Holland 

 Herladen van de .357 Magnum

15-06-2011
11-11-2014
 
De .357 Magnum geschiedenis
Deze patroon is ontwikkeld in 1934 door Winchester in samenwerking met Smith & Wesson en op de markt verschenen vanaf 1935.
Twee andere belangrijke namen die tijdens de ontwikkeling een rol speelden waren Douglas B. Wesson en Philip B. Sharpe. Laatstgenoemde was al in de jaren 30 bezig met proefnemingen met zwaar geladen .38 Special patronen. Zijn advies richting Smith & Wesson was duidelijk; ontwikkel een revolver voor een sterkere patroon. Na dit advies gaf Smith & Wesson de opdracht aan Winchester om dit verder uit te werken.
Uit veiligheidsoverweging werd de huls ook iets langer dan de .38 Special huls, de eerdere wapenmodellen konden dan niet met deze nieuwe zwaardere munitie geladen worden.
Na de introductie begon iets wat niemand had verwacht, het werd een verkoopsucces en de vraag naar zware revolvers nam per maand toe. Tot op de dag van vandaag is het nog steeds een groot succes alhoewel er nog maar weinig overheidsinstanties mee rondlopen is het nu het wapen van de sportschutter en jager geworden.
Vooral de sportschutter is gecharmeerd van de aanduiding .357 Magnum. Ik kan het niet verklaren maar het heeft gewoon iets.
 
Even tussendoor.
Wist u dat de aanduiding van de patroon heel bijzonder is. Dit is namelijk de enige aanduiding die klopt. De juiste kogelmaat is .357 inch en het is een magnum. Dus aanduiding en werkelijkheid komen overeen, iets wat zeer zelden voorkomt in munitieland. Denk gewoon aan de .38 Special, de kogelmaat voor dit kaliber is ook .357 en .358. De aanduiding ".38" is iets wat op andere feiten is gebaseerd. Aanduiding en werkelijkheid lopen dus niet synchroon.
 
De .357 magnum boezemt ontzag in en er kan heel goed mee geschoten worden. Bijkomend voordeel is dat met dit wapen ook de sportvriendelijke .38 Special patroon verschoten kan worden. Iets wat veel sportschutters dan ook doen. De opslag van de .357 Magnum is voor sommigen toch net iets te heftig voor het schijfschieten.
Na verloop van tijd produceerden alle bekende wapenfabrikanten een .357 Magnum revolver. Smith & Wesson had het beroemde model 27 met N frame, Colt bracht de Trooper en de Python op de markt en Ruger had de Security Six, Speed Six en Police Service Six in productie genomen. In de latere jaren kwam Smith & Wesson met de beroemde 686 uit en Ruger lanceerde eind jaren tachtig de onverslaanbare GP100.
Ook de Duitsers en Fransen deden een tijd mee en wel met de Korth en de Manurhin.
De verhoogde interesse in de .357 Magnum patroon bracht fabrikanten op gedachte om hun andere typen wapens ook daarmee uit te rusten. En zo kwam het dat opeens het lever action model 94 van Winchester verkrijgbaar werd in .357 Magnum. 
Vandaag de dag is bijna elke lever action verkrijgbaar in dit kaliber, zelfs de nieuwe modellen van Winchester, het model 1873. Het is dus al jaren een succes maar waarom? 
 
Prettige patroon om te verschieten en om te herladen.
De .357 Magnum patroon is gewoon een prettige patroon om te verschieten en te herladen. Zowel met de RCBS pers, als met de Dillon pers is dit prima te doen en voor niet al teveel geld.
Alle materialen om te kunnen herladen zijn ruim voorhanden, dat scheelt aanzienlijk in de kosten.
Voordat we enige uitleg geven is het wel van belang om te weten wat men met de patroon wil doen.
Gaat men jagen of gaat men de patroon gebruiken voor de schietsport. Voor welke discipline wil men het gebruiken en met welk wapen gaat men dit doen?
Wij gebruiken de .357 Magnum voor de schietsport in zowel geweer als revolver.
Omdat deze website hoofdzakelijk over de lever- action gaat is het logisch om de patroon voor dit wapen te behandelen.
 
Herladen doen we vooral voor de kwaliteitsverbetering en dan pas voor het geldelijke voordeel!
Nog een punt; ondanks dat we liever niet teveel geld uitgeven aan munitie, en herladen vaak zien als een reductie van de kosten, is het toch belangrijk om dit niet als enige voordeel te zien. We willen immers een perfecte patroon, dat staat voorop. Als deze dan ook nog eens goedkoper is dan fabrieksmunitie, dan is dat mooi meegenomen.
Een ander voordeel van de .357 Magnum is dat men deze bijna overal kan schieten. De kogelvangers zijn berekend op de energie van de gebruikte kogelpunten en tegenwoordig is gebruik op veel banen dan ook toegestaan. Besturen van schietverenigingen vinden het prima dat de karabijnen met revolvermunitie tussen de handvuurwapen- schutters staan. Sterker nog, veel schutters hebben dit niet eens door.
Het wordt een ander verhaal als we het kaliber .444 Marlin gaan gebruiken, dat is teveel geweld, die hoort gewoon op de geweerbaan thuis.
Terug naar de .357 Magnum. We gaan de patroon zo herladen dat we van 15 tot 100 meter een goed presterende patroon willen hebben. De eerste stap dan maar, de huls. 
 
Afbeelding 1 
Een partij van 50 stuks afgeschoten .357 Magnum hulzen van het merk GFL. De hulzen zijn mooi strak zonder "fabrieks" krimpranden.
 
De hulzen.
Hulzen worden gemaakt van messing (koper en zink, makkelijk te onthouden als Metzink).
Sommige hulzen zijn vernikkeld. Ze zijn te gebruiken en als ze gratis zijn dan is het verleidelijk om ze te herladen. Gewoon doen maar bedenk wel, ze gaan minder lang mee.
We gebruiken voor onze herlaadsessies het liefst standaard messing hulzen.
Wil men geen problemen, gebruik dan een goed merk. De praktijk leert dat Federal een goed merk is.
Er zijn genoeg goede merken maar let vooral op de huls zelf. Deze moet mooi strak van vorm zijn, dus geen krimpranden erin, zie afbeelding 1. Hulzen met krimpranden zijn wel te gebruiken maar men zal altijd een proefserie moeten maken om de huls te leren kennen. Het is raadzaam om waakzaam te blijven. Werkt men met een RCBS pers en men wil voorbewerken en een massa hulzen door de eerste matrijs halen, kijk dan uit. Er zijn hulzen waar de rek anders is dan we gewend zijn om te hebben. Ze kalibreren "sizen" goed, althans dat lijkt zo maar in werkelijkheid veren ze terug en zijn ze niet te kalibreren. De kop zal er te makkelijk in geplaatst worden en nooit de juiste uittrekweerstand bieden, iets wat we in een buismagazijn absoluut niet kunnen gebruiken. Blijf dus alert en maak uit deze hulzen eerst een paar complete proefpatronen,  Werkt dit prima dan kan men aannemen dat de hulzen OK zijn. Het is echt balen als men 500 hulzen heeft voorbewerkt en men komt tijdens het kogelzetten erachter dat het niet goed is. Niet doen dus! 
 
Werkt men met een Dillon pers, ja dan kom je er wel snel achter als er iets niet klopt en wel tijdens het zetten van de kop. De schade is dan nihil en men kan overstappen naar een andere partij en de oude weer in de koperbak van de vereniging gooien. Daar deponeren levert geld op voor de clubkas, niet onbelangrijk dacht ik zo!.
Om een perfect doosje munitie te kunnen maken, nemen we dus 50 stuks hulzen zonder krimprand en van een goed merk. (Federal, Winchester, Geco, Lapua, CBC, en Speer, zijn bijvoorbeeld goede merken).
Het liefst hulzen, gekregen van een sportschutter die niet wil herladen, dus een compleet doosje.
Kopen kan ook maar dat heb ik nog nooit gedaan.
Neemt men dus de hulzen van een goed merk, dan is het welhaast zeker mogelijk om deze 10 keer te herladen. Meer zou ik niet aanraden. Bij mij gaan ze in ieder geval na 10 keer gebruikt te hebben de koperbak in.
 
Raap ook geen mengelmoes op van de baan!  
 
Ze zijn te gebruiken maar door de vele variaties messing is het zeker niet mogelijk om een perfect doosje munitie te maken. Wat is dan perfect? Ja, we gebruiken de Winchester modellen op meerdere afstanden, ook op de 25 meter.
Hang een 25 meter meesterkaart schijf op en probeer maar eens met een karabijn, staande, continu een 10 te schieten, zie afbeelding 2. Kijk, die munitie bedoel ik nou!
Menig sportschutter haalt zijn schouders op bij het lezen van deze afstand. "25 meter en dan met een karabijn, dat is toch makkelijk". OKÉ, probeer het zelf maar eens uit en oordeel daarna.
De hulzen zijn dus de basis voor de aanmaak van een goede patroon.
Waarom ik dit zeg;
 
Een bij elkaar geraapte partij hulzen.
 De hulzen zullen t.o.v. elkaar een andere uittrekweerstand hebben, een wisselende lengte hebben, een wisselende elasticiteit hebben, een wisselende verbranding/vervuiling hebben, een wisselnde krimp veroorzaken, een wisselende kogelsnelheid schieten en daardoor dus ook een ander schotbeeld geven.
 
Logisch natuurlijk want wat u opraapt is niet te zien. Het kunnen nieuwe hulzen zijn maar ook reeds 10 keer gebruikte hulzen. Tijdens herladen moet men al voelen dat het hier niet allemaal goed gaat.
Wil men dus echt serieus herladen, niet rapen dus. Alleen dan zijn die tienen mogelijk. Eenmaal een zeer hoge score op 25 meter, dan is een goede score op 50 meter ook vanzelfsprekend.
Nog een tip die handig is.
Staan de hulzen eenmaal gereed voor het herladen, pak 1 huls en tik zachtjes over de top van de andere 49 stuks. De hulzen staan dicht op elkaar en zullen een gebarsten huls qua klank direct verraden. Zeker de vernikkelde hulzen zijn gevoelig en willen  nog weleens snel barsten.
Als men plots een hoge rinkelende toon hoort, dan kan een huls spontaan zijn gebarsten, dat kan dus ook gebeuren bij een redelijk nieuwe huls. Weggooien en met een soortgelijk type de doos weer compleet maken.  
 
Afbeelding 2
Vier hele mooie tienen en 6 minder mooie. Staande houding 25 meter.
Toch 100 punten en dat met de kortste lever action die we hebben, de Trapper karabijn.
Als de telling centrum inslag was genomen dan was de score uiteraard lager uitgevallen.
De WLASSH competitie en de open wedstrijden zullen centrum inslag worden geteld.
 
Het slaghoedje.
We behandelen bewust niet het herladen zelf, dat wordt al veel beschreven op het net en ook zijn er diverse Nederlandstalige boekjes in  de handel, denk dan aan "ABC van het herladen".
We noemen alleen de componenten en dat kunt u als u wilt zelf toepassen.
Het zou een heel ander verhaal worden als het zwartkruit geladen patronen zouden moeten worden, dan spelen meer factoren een rol. We houden het hier simpel.
Zelf gebruik ik veel de slaghoedjes van Federal en wel "nr. 100 small pistol".
Deze slaghoedjes zijn perfect voor in de roterende pers. Ook kan men ze makkelijk in de laadbuizen krijgen.
Er is een nadeel en dat is de prijs, de laatste tijd zijn ze een stuk duurder dan de Europese merken.
Een lange test met verschillende merken leverde bij deze nitro geladen patronen geen ander schotbeeld op.
Was te verwachten, de al eerder genoemde zwartkruit patronen hadden wel degelijk verschil laten zien.
U zal wel denken, dat "vieze" zwartkruit, is dat dan wel zo gevoelig en zuiver schietend?
Ja absoluut, zwartkruit heeft een veel stabielere verbranding. Zou men deze patronen gebruiken om een test te doen via de snelheidsmeter, dan ziet men een bijna constante snelheid. Een zo stabiel kruit heeft dus last van andere componenten, nitrokruit dus veel minder.
Een goed geladen zwartkruit Le Page pistool verslaat qua score op 25 meter altijd een SIG P 210!!
Dat is nogal een uitspraak, het hangt natuurlijk ook af van de schutter, dat is logisch maar het is wel waar.
 
Nog meer over het slaghoedje.
Voor ons is dit dus volledig te verwaarlozen, koop een bekend merk en betaal niet teveel.
De laatste tijd gebruik ik regelmatig S&B slaghoedjes, gewoon prima spul en een stuk goedkoper, zie afbeelding 3. 
Vergeet niet het doel, we schieten vaak op kleine afstanden.
Zouden we de .357 Magnum gaan gebruiken voor "Benchrest" schieten, ja dan kunnen we de test wel een keer overdoen.
We hebben een goede huls en een prima slaghoedje, nog een paar componenten te gaan.
Nu eerst maar het kruit.   
Afbeelding 3
Sellier & Bellot  4,4 Small Pistol slaghoedjes. Deze slaghoedjes zijn 0,05 mm kleiner dan de Federal no. 100 en werken erg prettig in de Dillon pers. Ook de prijs is een stuk gunstiger dan de Amerikaanse concurrent.
 
Het kruit
Het is logisch dat we bij het herladen zoeken naar een kruit wat veel voorhanden is en wat goed is.
Er zijn heel veel merken in de handel maar zijn ze ook altijd voorradig bij de wapenhandel?
Dat is belangrijk, we kunnen niet onbeperkt thuis opslaan en misgrijpen is lastig.
Voor de .357 Magnum gebruik ik een redelijk snel kruit van het merk Vithavuori en wel het N 320 kruit, zie afbeelding 4.
Dit is een allrounder die voor meerdere kalibers is te gebruiken en welke altijd op vooraad ligt bij de handel.
Dit Finse kruit is perfect en loopt prima in de kruitmolens van zowel RCBS als Dillon.
Natuurlijk zijn er ook veel goede Amerikaanse soorten maar zie ze maar eens regelmatig te krijgen. Vihtavuori is ook erg bekend in Amerika, zij weten dat dit kwaliteitsspul is!
Omdat we veel willen schieten met de .357 Magnum is het verstandig om niet een te zware lading te nemen.
Wil men veel snelheid en veel energieafgifte, neem dan een ander type kruit van dit merk of een geheel ander merk. Wij zijn nog steeds bezig om een goede 25 tot 100 meter patroon te maken.
Er is nog een belangrijke uitspraak te onthouden.:
 
"The Bigger the Bang, the harder the Wear on the gun".
 
Logisch toch, doen we dus niet. We willen wel voelen dat het een zwaar kaliber is maar willen ook 100 patronen kunnen schieten zonder ongemakken.
Na veelvuldig testen heb ik uiteindelijk gekozen voor een 6,5 grain lading. Dit is natuurlijk afhankelijk van het kogelgewicht. Dat volgt straks. Deze lading is perfect voor de Winchester lever action en Marlin typen. De al eerder genoemde goede score is hier dus mee te bereiken. Zoals eerder gezegd, de kogelkop, die gaan we nu bespreken.
 
Afbeelding 4
De aanduiding op een kunststof kan van de Finse firma Vihtavouri. Behalve de 0,5 kg verpakking is er ook een 2 kg kan, deze is vaak gunstiger in prijs. Bewaar het kruit in deze verpakking of in de kruitmolen maar dan wel met een aanduiding op het reservoir. Het kruit gaat echt niet minder worden als het in de kruitmolen wordt bewaard en regelmatig herladen zorgt voor genoeg doorstroming. Er zijn zat schutters die een serie matrijzen en molen op 1 unit stand-by hebben staan voor meerdere kalibers. Scheelt een hoop gewissel en de kans op vergissen is een stuk minder.
 
De kogelkop
Vaak kiezen we eerst de kop en daarna de andere zaken.
De kogel is belangrijk, zeker de vorm en het materiaal.
Qua vorm moeten we altijd een flatnose nemen. We laden bij een lever- action in een buismagazijn dan is het handig als de vlakke neus op een voorgaand slaghoedje rust. Een puntkogel welke op een voorgaand slaghoedje rust zal bij afvuren grote nadelige gevolgen kunnen hebben. 
Op dit moment zijn er wel puntkogels (LeverEvolution) op voorraad welke wel in het buismagazijn geladen kunnen worden. Ik spreek dan nu over kogelkoppen geschikt voor de . 30-30 WCF. Deze koppen hebben een punt maar het materiaal van de punt is zacht en vervormbaar. Ze rusten zo veilig tegen het slaghoedje van de voorgaande patronen. Slim, zo kan men dus een kogel gebruiken voor de langere trajecten en ze ook nog laden in een lever- action wapen.
Een ander belangrijk punt van de patroon is de uittrekweerstand van de kop vanuit de huls, die wordt nog weleens vergeten. Een langer lijf heeft meer weerstand in de huls. Die weerstand hebben we nodig want de patronen liggen achter elkaar in de buis. Indrukken tijdens laden of later door de veerdruk kunnen we niet gebruiken.
Nog even terug naar het gebruikte kruit. Doordat N320 een snel kruit is en we niet het hele volume van de huls benutten, willen we in geen geval dat het volume plots wordt verkleind. Dat zou immers een veel hogere druk geven.
Een langere kogel heeft dus de voorkeur boven een kortere.
Heeft men goede verse hulzen, dan is een ander type (lager gewicht) natuurlijk altijd mogelijk, ik gebruik voor de .357 Magnum voor de lever- action altijd een langere kogel. De keus valt dan snel op de vertrouwde 158 grain flat nose. Een hele goede is de 158 grain van Fiocchi (zie afbeelding 5) en natuurlijk de gecoate high speed kogels van Haendler & Natermann, alhoewel de Winchester lopen niet altijd deze kop accepteren.
 

 

Afbeelding 5
Fiocchi 158 grains koppen met vlakke neus. Een ideale kogel voor een .357 Magnum lever- action. Kijk eens naar de krimpcannelure in de kop. Patronen voor in het buismagazijn moeten wel goed gekrompen worden anders hebben we een probleem. Dat krimpen gaat door deze cannelure extra goed want nimmer heb ik een ingezakte patroon gehad. Wel natuurlijk de levensduur van de hulzen in de gaten houden.
 
De deelmantel van Fiocchi heeft de voorkeur, die heeft een krimpcannelure en dat is weer ideaal om de kop degelijk te kunnen vastzetten. Ook de prijs van deze kogels is redelijk te noemen.
Er zijn onnoemlijk veel kogelkoppen in de handel maar ook hier geldt weer hetzelfde als voor de andere componenten, waak ervoor dat het regelmatig te verkrijgen is.
Italie en Duitsland liggen dichterbij dan Amerika en gewicht speelt vandaag de dag een grotere rol dan jaren geleden.
De Amerikanen hebben natuurlijk perfecte kogels, denk maar aan Hornady, Nosler en Speer, gewoon top maar voor een wapen dat veel gebruikt wordt is dit te duur.
De door ons gebruikte Winchester Trapper karabijn heeft al meer dan 12000 patronen verschoten, vele malen meer is dan de waarde van de munitie t.o.v. de aanschafprijs van het wapen!   
De uitgaven blijven voor ons schutters belangrijk.
 
Waarom dan niet een loden kop gebruiken en zelf gieten?
Winchester lopen en zeker die van de lever action modellen zijn niet zo gecharmeerd van loden koppen.
Loden koppen zelf gieten is prima maar let op de hardheid. Ook hier geldt dat secuur werken van belang is. Zomaar lood smelten en een lading koppen gieten is onzinnig. Lood zal zeker gemengd moeten worden met tin om het harder te maken.
Het gesmolten tin/lood moet op juiste temperatuur gehouden worden en men moet het mengsel regelmatig fluxen. Eigenlijk bedoel ik gewoon te zeggen dat er steeds geroerd moet worden om het gelijkmatig te houden.
De ervaren schutters weten dan dat een stukje kaars uitkomst biedt.
Welnu, gaat men over tot het zelf gieten van de kogels, gebruik dan gewoon oud balanceerlood. Balanceerlood bevat de juiste samenstelling voor de aanmaak van redelijk harde kogels. Het bestaat uit 96,75 % lood, 3 % antimoon en 0,25 % tin. Het mengsel op juiste temperatuur zetten, 370 graden Celsius en fluxen met Marvelux, zie afbeelding 6.
Marvelux is een product van de firma Brownell's en het is zonder twijfel een van de beste fluxmiddelen voor een tin/ lood legering. 
Afbeelding 6
Marvelux het fluxmiddel voor de serieuze kogelgieter!
Hieronder staat beschreven hoe de fabrikant dit promoot.
 

Far and away the most popular - and successful - bullet casting flux, MARVELUX has been on the market since 1971 filling the needs of knowledgeable and successful professional and hobbyist bullet casters. MARVELUX is non-corrosive to iron and steel, and does not produce fumes which can cause corrosion, as does sal-ammoniac (ammonium chloride). In fact, regular use will keep your pot free from rust! Reduces dross formation dramatically while increasing fluidity of bullet alloys, making it easier to obtain well filled-out bullets.

MARVELUX is well suited to any lead alloy melt intended for casting bullets or swaging cores. Non-smoking, flameless and non-smelling. Superior to beeswax, tallow, paraffin, and other grease-type fluxes. Even better than rosin and it doesn't smell like you're burning down an old shed.

Nadat de kogels zijn gegoten is het tijd om ze te kalibreren en te voorzien van een gas check. De bodem van de kogel is erg belangrijk, zeker bij magnum ladingen. Een gascheck is een koper cupje welke aan de onderzijde van de kogel wordt geplaatst. Het plaatsen dient wel heel secuur te gebeuren, de uitlijning is van groot belang.
Is dit niet correct gedaan dan is alle voorwerk voor niets geweest.
Kalibreren bij voorkeur in een pers welke de neus van de kogel eerst door de matrijs duwt. De onderzijde van de kogel is belangrijker de de neus, die moet je dus maximaal beschermen.
U leest het al, het is niet zomaar iets wat hier moet gebeuren, dit vereist een gedegen kennis.
Niet voor niets wordt in de silhouette wereld gezegd:
 
Een perfecte kogel is net als een perfecte tuin.
Je moet er veel energie en kennis insteken om het te bereiken.
 
Bedenk dit goed anders is het heel snel een mislukking. 
 
Wil men niet gieten, dan is aanschaffen toch simpel?
Ja en nee. Niet alle bedrijven doen het goed. Vaak verkopen ze de koppen terwijl de partij nog veel te vers is. Dat is me herhaaldelijk overkomen met de koppen van Drummen. Veel te vers en daardoor op dat moment te zacht. De kogel wil veel liever rechtdoor dan de trekken en velden volgen, resultaat een loop vol lood en een rampzalig trefferbeeld. Dat kan zelfs resulteren in het totaal niet raken van de kaart.
Lood is een vreemd materiaal, na het gieten is het nog dagenlang in beweging. Probeer het zelf maar uit en doe een hardheidstest. Per dag zie je verharding. Laat men de koppen een tijdje met rust en men gebruikt ze later dan is er veelal niets meer aan de hand.
 
Nee voor mijn magnum lever action wapens gebruik ik alleen mantelkoppen. Het is iets duurder maar het werkt al jaren zonder enige problemen en de score is constant goed en dat is me veel waard.
Het scheelt veel tijd, is iets duurder, presteert vaak veel beter en, misschien wel het belangrijkste punt, het is een stuk gezonder. Neem deze punten goed in overweging voordat u beslist om te gaan gieten.
Schiet men een discipline in de Historische wapengroep, ja dan moet u aan de bak en loodkoppen kopen of zelf gaan gieten.
 
Reinigen van de hulzen
Dat onderwerp hebben we dus niet voorbij zien komen.
Inderdaad, dat heb ik bewust gedaan.
Het is allemaal mooi om te kopen die reinigingsmiddeltjes en borsteltjes maar gewoon niet nodig.
Hulzen die 10 keer geladen zijn geweest gaan toch de koperbak in en goed geladen patronen worden niet snel vuil. Het is een andere zaak als men met zwartkruit gaat schieten, dan in een bak met water gooien en schoonmaken.
De "nitro" hulzen hebben absoluut geen tussentijdse schoonmaakbeurt nodig.
Nog nooit is een slaghoedje niet afgegaan en ook nog nooit is de zetdiepte afwijkend geweest.
De vervuiling is een constant iets, het neemt af en er komt weer iets terug.
Ik herlaad al meer dan 35 jaar en dit is bewezen, grote onzin.
Natuurlijk, als er Benchrest wordt geschoten, dan wil men wel op elk detail letten, dan is elke tiende millimeter lengteverschil van belang. Maar dan zouden we zeker niet de .357 Magnum daarvoor nemen maar uitwijken naar een ander kaliber.
Wij willen veel en goed schieten, dus wat betreft dat schoonmaken, gewoon niet doen en zonde van de energie.
Als mensen zo gevoelig zijn voor vervuiling, kijk dan eens in de loop na een paar schoten te hebben afgevuurd. Een lapje door de loop halen geeft dan toch ook al aanslag maar niemand die daar problemen mee heeft.
Wil men gewoon mooie hulzen uit het doosje pakken, dan natuurlijk gewoon wel doen.
Ook de matrijzen hebben totaal geen last van deze "vervuiling", langzaam polijsten ze wat vuil in de buitenwand van de huls maar tegen de tijd dat ze donkerder worden zijn ze al versleten en verdwijnen ze uit beeld.
 
Herlaadgegevens nauwgezet bijhouden.
Heel belangrijk is het om een goede administratie bij te houden van de munitie.
Zelf vind ik de beste opbergmethode de groene MTM kunststof doosjes voor 50 patronen.
Op de buitenzijde eventueel de naam en het kaliber vermelden en aan de binnenzijde een geheugensteun in de vorm van een briefje met het aantal keren dat ze herladen zijn.
De Amerikaanse kogelfabrikanten geven mooie kaartjes uit alleen is men verplicht om deze dan ook steeds te kopen. De koppen zijn vaak te duur en een eenvoudig kaartje kan men zelf maken.
De herlaadgegevens kan men thuis in de verzamellijst opslaan, die hoeven niet direct in het doosje zelf opgeborgen te worden.
Na veelvuldig zoeken heb ik bijvoorbeeld een perfecte .38 Special patroon voor mijn 4" Ruger gevonden.
De gegevens leg ik vast in de verzamellijst in de pc en de opbergdoosjes bevatten alleen de info over het aantal keren dat ze geladen zijn.
Ik ben geen voorstander om alle gegevens te delen met mijn directe concurrenten (schutters). Een deel van de wedstrijd is toch ook het vooraf zoeken en ontdekken van zaken.
In de praktijk werd dit diverse malen bewezen tijdens uitlenen van de spullen.
De schutters hadden allemaal een goede aanleg om kampioen te worden en dankzij de perfect getunede wapens en de daarop afgestemde munitie scheelde het niet veel of het NK was aan mijn neus voorbij gegaan door deels mijn eigen materiaal.
Leuk punt was wel dat we een nieuw Nederlands record schoten in de discipline "Stevens".
"Stevens" is een team bestaande uit 3 "Webley" schutters. "Webley" is de naam van de discipline "Achterlaad revolver". Op 25 mei 2008 verbeterden we zelfs onze eigen score naar 266 punten.
Dat record staat trouwens nog steeds! Jammer dat de gegevens over de historie niet goed bijgehouden worden door de zwartkruit organisatie LTC- HW. Een paar jaar terug en dan stopt het. En zo moeilijk is dat beetje pc werk nou ook weer niet zou je denken. De KNSA heeft de records wel enigszins bijgehouden, zie het Record overzicht
In ieder geval bestond het toenmalige 2008 team uit:
 
  • Henk de Jager
  • Taco van der Vlist
  • Robert Teske
Deel de info met schutters, help ze goed maar deel nooit datgene wat je in staat stelt om een kampioenschap te winnen.
Neem altijd de moeite om gegevens te noteren als het om herladen gaat en denk aan het volgende 3 wijsheden:
 
  • Een sterke discipline is nodig voor de aanmaak van goede munitie.
  • Goede munitie is nodig voor een goede score.
  • Slordige mensen worden zelden goede schutters.

Later zal ik wel wat meer over de zwartkruit geladen patronen gaan vertellen, dat is erg interessant.

Robert Teske

 


 Kijk altijd onderaan de homepagina voor toevoegingen of updates van stukjes.