WLASSH
 

Winchester Lever Action Shooters Society Holland 

 Herladen van de .44-40 WCF

Beste lezers en schutters.
Sommige zaken liggen al een tijd te wachten op publicatie. Jammer maar zoals eerder gezegd is en blijft het een hobby. Een hobby die een tijdje stil heeft gelegen, enerzijds door de grote strijd die we hebben moeten leveren om het lever action wapen te ontdoen van de gehate "ongewenst" aanduiding. Een strijd die deels gewonnen is maar nog niet helemaal.
En anderzijds door het overlijden van mijn vader, een paar jaar geleden.
Ik ga mijn best doen om in ieder geval voor eind van het jaar een compleet .44-40 verhaal op papier te zetten.
Er ligt al heel wat op de werktafel. Neemt u het mij a.u.b. niet kwalijk dat dit langer heeft geduurd dan gepland.
Mochten er lezers zijn die informatie hebben omtrent de .44-40 patroon en deze ook herladen, dan een vriendelijk verzoek aan hen om deze kennis met ons te delen. Bronvermelding e.d. is altijd mogelijk en desnoods samenwerking. U vraagt, wij doen!
 
Dringende oproep!
 
We zijn op zoek naar lezers die ervaring hebben met de .44-40 patroon.
Vriendelijke groet
Robert Teske
 

.44-40 of .44 WCF (Winchester Center Fire)

 29-11-2013
Eerst wat historie en onduidelijkheden.

De .44-40 was de eerste metalen centraalvuur patroon uitgebracht door Winchester en wel voor het lever action model 1873. Het is een zogenaamde "bottle neck cartridge" en in de oorsprong natuurlijk geladen met zwartkruit.
In 1873 op de markt gekomen en een eerste van een bekend trio uit het verleden. Dat trio is natuurlijk de . 44-40, .38-40 en .32-20.
De .44 verwijst naar het kaliber en de 40 verwijst naar de kruitlading.
En nu komt de onduidelijkheid; de nominale kogelmaat is .427 dus is het kaliber veel eerder een .43 dan een .44.
Hoe kan dat nu?
Eigenlijk is dit terug te verwijzen naar de verkooptrucjes uit die tijd. U moet niet vergeten dat in 1873 een andere belangrijke patroon vervangen ging worden en dat was ook een .44 kaliber, de .44 Henry Rimfire. En de opvolger verkleind aangeven in de advertenties zou niet erg handig zijn. Het moest gelijk of een verbetering zijn en niet een vermindering van kaliber aanduiding. De .44 Henry randvuur patroon werd geladen met 26 grain zwartkruit en een 216 grain zware kogel. Later werd het kogelgewicht 200 grain en de lading iets verhoogd naar 28 grain zwartkruit. 
Nog belangrijker dan de kalibermaat was misschien wel de naam van de patroon. Een goede verkoop hing ook af van een goed klinkende naam. En zeg nu zelf, "forty four/forty" klinkt toch veel beter dan "forty two point seven/forty".
"Forty four/forty" klinkt ook beter dan "forty three/forty". Het is dus puur een zakelijke afweging geweest i.v.m. de te verwachten verkoop.
De eerste cijfers zijn dus verklaard. De tweede aanduiding is wel correct, het staat voor 40 grain zwartkruit.
Even een zijstap, wist u dat de .357 Magnum de enige juiste patroonaanduiding is die klopt? Het verschiet een .357 kogel en het is een Magnum.
 
Rookloze patroon geproduceerd door de:
 
Winchester Repeating Arms Company
 
Ruim twintig jaar na de introductie, in augustus 1895  bracht de Winchester Repeating Arms Company de eerste rookloze patroon op de markt. Deze had eerst de aanduiding “Caliber 44-100”.  Ook werd de patroon wel de ".44 Winchester" genoemd. Later werd de aanduiding ".44 W.C.F."
De patroon werd geladen met 17 grain DuPont nr. 2 kruit. Dit kwam overeen met een 40 grain FF zwartkruit lading.
Het Dupont kruit kon de kogel met een snelheid van 1300 fps afschieten, dat is 55 fps meer dan de zwartkruit geladen patroon.
De nieuwe rookloze patroon kon men herkennen aan een omcirkelde W op het slaghoedje.
De patronen werden vanaf 1873 t/m 1885 niet voorzien van een bodemstempel.
In 1886 werd de eerste patroon voorzien van een bodemstempel.
 
W.R.A. CO. .44 W.C.F.
 
Winchester Repeating Arms Company - .44 Winchester Center Fire
Dit is nog wel een bodemstempel van een patroon geladen met zwartkruit.
Het kenmerk (een omcirkelde W ) is niet te zien op het slaghoedje. 
 
 
Rookloze patroon geproduceerd door de:
 
Union Metallic Cartridge Company

Niet lang na de introductie bracht U.M.C. uit Bridgeport Connecticut een soortgelijke patroon op de markt genaamd de ".44 C.F." deze aanduiding werd al snel vervangen door de aanduiding ". 44-40". De munitiedoosjes werden voorzien van de naam ".44 Winchester", dit ter ere van de ontwerper.
Winchester heeft altijd nauw samengewerkt met U.M.C.
De patroon had ook een 17 grain DuPont nr. 2 lading  en een 217 grain zware kogel.
Zij gaven op als snelheid, 1235 fps terwijl de zwartkruit versie niet verder kwam dan 1190 fps.
U.M.C. heeft een “U” op het slaghoedje geplaatst, dit om de rookloze patroon te kunnen identificeren.
Het bodemstempel werd dus aangegeven als zijnde:
 
UMC 44 WCF
 
UNION METALLIC CARTRIDGE CO. .44 Winchester Center Fire
Dit is dus wel een patroon geladen met rookloos kruit.
Duidelijk is de "U" zichtbaar op het slaghoedje.
 
Dat is nog eens klassiek om te zien. De munitiefabriek met aan- en afvoer via paard en wagen en stoomlocomotief.

 

De firma Remington verkocht in 1886 de typemachine productie en startte een wapenfabriek. In 1888 werd Remington Arms Company aangekocht door Marcus Hartley en jawel, die was al eigenaar van de Union Metallic Cartridge Company in Bridgeport. Voor Remington werd dit de thuishaven voor de aanmaak van munitie. Later zien we deze twee fabrieksnamen terug op de bodemstempels, REM UMC, van Remington UMC.
Dat is mooi te zien in de onderstaande afbeelding.
 
De aanmaak van munitie zo rond 1910 in de Remington UMC fabriek. Let op de kistjes linksonder en de aanduiding daarop. Typisch dat veelal vrouwen in deze industrietak aan het werk zijn, de mannen hadden zeker wat anders te doen!
Eigenlijk nog niet eens zo gek, vrouwen maken de munitie en mannen schieten het op, eerlijk verdeeld toch?
 

15-07-2015
De populariteit van de .44-40 is weer toegenomen.

Ruim 96 jaar geleden werd de laatste Winchester Model 1873 geproduceerd. Je zou bijna denken dat het dan ook snel met de .44-40 gedaan zou zijn. Maar nee, zelfs nu in 2015 is de patroon nog steeds populair en is de interesse en het gebruik toegenomen.
Het laatste kwart van de 19e eeuw had elke belangrijke wapenfabrikant op zijn minst een model in productie die de geschikt was voor de .44-40 patroon. Het was toen een heel belangrijke patroon.
Deze populariteit werd minder toen Winchester de 94 op de markt bracht met een nieuwe patroon, de .30-30 WCF.
De geweerschutters waren erg enthousiast over de .30-30 en lieten de .44-40 voor wat het was. Maar niet de revolverschutters, die bleven het kaliber trouw. 
Een hernieuwde opleving in de jaren 80 van de vorige eeuw werd veroorzaakt door de toenemende interesse in het cowboy action gebeuren. De .44-40 werd weer belangrijk, zowel voor in revolver als geweer. Alleen het mounted shooting koos voor een andere patroon. Deze organisatie heeft gekozen voor een andere klassieker, de .45 Colt. Alle wedstrijden mogen alleen met de .45 Colt patroon verschoten worden. Lijkt vreemd maar een keuze laten vallen op een enkele patroon is hier wel logisch. De wapens liggen voor de wedstrijd bij de wedstrijdleiding en de munitie wordt ook door de organisatie geregeld. Het wapen uitgiftepunt hoeft zich geen zorgen te maken want enkel en alleen de .45 Colt patroon uit eigen huis wordt gebruikt. Alle andere munitie daar ter plekke is verboden. De schutter of beter gezegd schutter te paard gaat voordat hij de arena in gaat eerst langs het uitgiftepunt. Daar ontvangt hij de beide (eigen geladen) revolvers die tijdens de wedstrijd gebruikt gaan worden. De .45 Colt munitie is aangepast en geschikt voor deze vorm van schieten. Grote kruitlading met prop i.p.v. een kogel. U begrijpt dat een vergissing daar niet erg handig is. Het is een kijksport maar desondanks schieten de schutters van de tribune af. Een 35 grain zwartkruit lading met prop is niet erg prettig om tegenaan te lopen. Onderschat dit niet, een niet in de juiste richting afgevuurd schot kan het paard lelijk verwonden.
Al deze sporten hebben het gebruik van oude kalibers weer nieuw leven ingeblazen. Fabrikanten van replica's leveren tegenwoordig dan ook bijna alle modellen af in zowel .45 Colt als .44-40. De .44-40 telt weer mee e
n ook in de zwartkruit wereld is de patroon vandaag de dag erg populair. Kijk maar eens naar onderstaande afbeelding.

Een gezellig onderonsje, revolver- en geweerschutters doen hun best om wat te raken tijdens deze snelheidsproef. Prachtig toch!

Is de patroon geschikt voor herladen en hoe doen we dat?
Dat is de grote vraag die we in de komende tijd dienen te beantwoorden. Dat kunnen we niet alleen, daarom vragen we dringend om informatie te sturen omtrent dit mooie kaliber. En dan is natuurlijk "de praktijk' iets waar velen wat aan kunnen hebben.
Een eerste opzet over deze patroon gaan we zo oppakken. 
Wil men niet herladen maar de munitie zo aanschaffen bij de wapenhandel dan is er best wel wat te verkrijgen. Er zijn inmiddels aardig wat fabrikanten die inspelen op de vraag naar cowboy action munitie.

Hier wat merken cowboy action munitie. De flatnose kogel verraadt dat het geschikt is voor een lever action wapen. Maar ook in de revolver is dit uitstekende munitie. Aanschaffen en schieten, wat is nu simpeler?

Maar om nu zomaar aan te schaffen terwijl je al jaren .38 Special munitie en 9 mm Para patronen in elkaar zet? Dat gaat menig herlader natuurlijk niet doen. Het kan toch niet moeilijk zijn om ook deze patroon zelf samen te stellen. Ingrediënten ervoor zijn er in overvloed. Je hoeft alleen maar de juiste componenten bij elkaar te zoeken en af te stemmen op het wapen, meer niet. Nou ja, dit is wel makkelijk gezegd natuurlijk. De praktijk leert vaak dat het wel een tijdje kan duren eer je een goed presterende patroon hebt gemaakt. Hulzen zijn makkelijk te verkrijgen, een beetje goede wapenhandel kan dit zo voor je regelen. En ook de koppen mogen geen probleem zijn, die maak je zelf of zijn deels aan te schaffen. Gieten van kogels biedt meer keuze dan de aankoop dus zou eerstgenoemde een goede keuze zijn.

Ja zo te zien aan bovenstaande afbeeldingen is er genoeg in de handel te koop om een mooie en goed presterende kop te maken.
Let u even goed op, de kogelmaat verschilt van .427 tot .429. Daar wordt straks meer over geschreven.

Het is altijd mooi als je een doosje patronen tegen komt uit de oude tijd. Die klassiek doosjes hebben toch iets aparts. Je zou dan graag ook deze patronen zo willen aanschaffen. Dat moeten een boel schutters gedacht hebben want de fabrikanten zijn er inmiddels achter dat er een markt voor is. 
Klassieke munitie, dus patronen geladen met zwartkruit zijn weer in en kunnen zo aangeschaft worden.
Hieronder een paar afbeeldingen. Links een heel oud doosje en rechts een nieuwe verpakking. Beiden klassiek om te zien.
Heel veel leeftijdsverschil maar ze hebben wel gemeen dat ze beiden patronen bevatten die met zwartkruit geladen zijn.

Ook hier is duidelijk te zien dat de kogels een vlakke voorkant hebben. Een zogenaamde flatnose bullet. Dat is een must voor in een buismagazijn. Je moet er niet aan denken als de patronen achter elkaar liggen en een puntige kogel hebben. Heb je pech en er ontsteekt een slaghoedje dan is het feest in de laadbuis van het wapen. Nooit doen dus!

Dat merk GOEX kennen we natuurlijk allemaal. Zeker de ervaren zwartkruit schutters hebben dit zeker eens gebruikt. Nog een bekend merk is Swiss, ook perfect kruit om te gebruiken. Ga je eenmaal de patronen laden met dit oude drijfmiddel wees dan extra alert op de omgeving en alles er omheen. Zwartkruit is zeer licht ontvlambaar en de brandsnelheid in de open lucht is razendsnel. Besef dit a.u.b. zeer goed. Bewaar het op een veilige plek en ga er heel voorzichtig mee om.

Dit zijn de bekende merken. Prachtig spul dat zwartkruit maar goede oplettendheid is geboden.

Belangrijke aandachtspunten voordat we gaan herladen.
Zwartkruit schutters uit Amerika zijn erg gecharmeerd van kaliber .44-40. De patroon is volgens zeggen superieur over menig ander kaliber. De .44-40 huls is dun en samen met de vorm (lichte flessenhals) uitermate geschikt om te expanderen in de kamer en deze goed af te sluiten tegen druk naar achteren toe. Zwartkruit resten gaan via de loop naar buiten en niet langs de huls in het mechaniek.
Zoals al eerder op de afbeelding te zien was, de meeste wapens gekamerd voor de .44-40 patroon verschieten kogels in de maat .427 en .429.
Een groot aantal schutters laten de .44-40 links liggen. Het kaliber zou de reputatie hebben dat het lastig is te herladen. En eigenlijk hebben deze schutters toch een beetje gelijk, de .44-40 laden vereist meer aandacht dan bijvoorbeeld een .38 Special patroon.
Maar met de juiste techniek en aandacht voor details mag het laden van de .44-40 geen probleem zijn.


Het laden van de .44-40 gaat beter als u zich realiseert dat deze patroon een flessenhals geweerpatroon is en niet een rechte revolverpatroon.

De handelingen en aandacht ervoor zijn gelijk aan bijvoorbeeld een .223 of .308 geweerpatroon.
We zijn natuurlijk benieuwd naar de werking van de munitie in een lever action geweer en daar gaan we ook mee aan de slag.
Het zou een heel stuk lastiger worden als we dat ook zouden doen voor een revolver. Een revolver lijkt minder kritisch maar het tegendeel is waar. Daar ontstaan vaak de meeste problemen als het gaat om groeperen van de treffers.
De range kogelmaten die bekend zijn lopen van .425 naar .431 en dat is echt een uitzondering t.o.v. de andere kalibers.
Is het een oud of een nieuw wapen en welke fabrikant heeft het gemaakt. Zelfs het beroemde merk Ruger heeft bij zijn eerste serie Vaquero revolvers een behoorlijke steek laten vallen en de kamermaten en loopmaten verkeerd gekozen. Een goede groep schieten op 25 meter is gewoon lastig, dan kan je beter een Uberti replica kopen. Klinkt maf en is eigenlijk ook te gek voor woorden maar het is niet anders. Hopelijk hebben ze het probleem eindelijk onder de knie en zijn de vervolgseries een stuk beter afgewerkt qua passing. Wij gaan in ieder geval de stap nemen en de lever action laten schieten met .44-40 patronen. Eerst nitro geladen en later met zwartkruit ladingen.

De hulslengte
Het eerste belangrijke punt is de hulslengte.
Geweerhulzen worden goed in de gaten gehouden als het om totaallengte gaat. Doe dat dan ook bij de .44-40 huls. 
Want er is een ding zeker, deze huls rekt veel meer dan u denkt dus wordt de totaallengte ook groter. En dat heeft weer gevolgen voor de totaallengte van de patroon als u niet oplet. De totaallengte van de patroon wordt weer uitgedrukt in de aanduiding "COL". Dat is de Cartridge Overall Length. De problemen worden dan groter, zeker in combinatie met een kogel in de maat .429.
Dus regelmatig de hulzen controleren en trimmen en indien nodig terugbrengen in de oorspronkelijke maat, dat is 1,295 inch (32,90 mm).

De kogel en de diameter.
De tweede factor welke een belangrijke rol speelt is de kogeldiameter. Uiteraard ook de vorm,het gewicht en de hardheid van de kogel spelen een belangrijke rol maar de diameter is in eerste instantie het belangrijkst. Dat moet kloppen met de aanwezige trekken en velden welke in de loop zijn aangebracht.

Een rijtje klassiekers met 3 stuks koppen welke voor ons geschikt zouden kunnen zijn.


Een moderne kogelkop

uit de lijn van het Amerikaanse merk Midway. Dit is een .427 Flatnose bullet met 1 vetgroef en een krimpcannelure.

Officieel wordt de maat voor een .44-40 kogel aangegeven als zijnde .427 inch.
Maar Italiaanse Winchester en Colt klonen hebben vaak een boring met de maat .429 inch. De fabrikanten van deze wapens gebruiken vaak dezelfde maat als ze gebruiken voor hun .44 Special en .44 Magnum wapens, dicht tegen de .430 aan!
En gaan we helemaal terug in de tijd en we kijken naar de 19e eeuwse wapens dan zien we weer wat anders. Toen was de norm een kogel met een maat van .425 inch.
De eerste generatie Colt revolvers maar ook de S&W double action frontier revolvers hebben deze maat en ook de Colt Lightning heeft deze boring. Let wel, de revolvers worden gemeten aan de monding van de kamers, de zogenaamde chamber mouth.
De moderne Italiaanse replica's van deze modellen zijn voorzien van de bekende .430 maat.
Schiet u dus alleen met replica modellen en heeft u ook nog een .44 Special of .44 Magnum revolver dan is het simpel; gebruik dan gewoon kogelmaat .429.
Weet u niet welke maat het is, dan is het ook niet zo moeilijk. Druk een loden prop door de loop heen en meet met een digitale schuifmaat wat de waarde is. Dat is niet moeilijk en geeft u gelijk een indicatie wat benodigd is.

Als u dan toch een Single Action revolver erbij wilt hebben, denk dan aan de originele Colt Single Action Army model 1873. Deze werd ook geleverd in .44-40 kaliber. Een prachtig afgewerkt model met mooie inscripties en wat belangrijk is, ook goed schietend. Bijkomend voordeel is dat de waarde niet snel daalt. Dit is een 3e generatie Colt!

De volgende stap, welke kogel?
Een van de beste kogels om te gebruiken in een .44-40 patroon is degene die gegoten is vanuit een RCBS gietmal.
We hebben nodig een RN/FP kogel. Dat staat voor Round Nose Flat Point. Dit kogeltype is perfect voor onze lever action modellen maar ook zeer geschikt voor de revolver.

De kogelmal waar we het over hebben heeft als aanduiding 44-200FN. Deze gietmal is in 1987 door RCBS op de markt gebracht en is een succes. Het gewicht is 200 grain en de kogel heeft een enkele vetgroef en een krimpgroef. De krimpgroef is zo gekozen dat wanneer er op juiste wijze een kogel op de huls wordt geplaatst en gezet, de totaallengte exact 40 mm bedraagt (1,575 inch).
Een mooie kop welke ook nog goed presteert. Let op, alles hangt af van het type legering wat u hiervoor gebruikt. Daarna is het kalibreren een punt van aandacht. De mal zelf giet kogels met een maat van ongeveer .427-.428 inch en is daardoor prima te gebruiken. Ook het gewicht van 200 grain kan afwijken door de specifieke samenstelling van de legering. Proefondervindelijk vaststellen is het beste. De kogel op maat maken brengen voor de juiste boring en op hardheid brengen voor een bepaalde snelheid zijn de twee belangrijkste aandachtspunten. Doe dit secuur en neem de tijd voor de test. En nog iets, leg alles vast in een document.

RCBS bullet mould 44-200FN
Deze mal heeft als part number 82036.

Heeft u een sizer die nodig in de maat .428 inch dan is het part number van RCBS 82244.
Een juiste top punch (#595) heeft als RCBS part number 85595. 

Een eerste zwartkruit lading en de wijze van testen.
We gaan maar eens een patroon laden met zwartkruit.
In tegenstelling tot de aanduiding kan er geen 40 grain zwartkruit geladen worden. Oudere hulzen konden meer kruit bevatten dan nu mogelijk is en u komt erachter dat 33 grain gewoon het maximum zal zijn.
We doen even simpel en vergeten allerlei vullingen. We nemen kruit en kogel en niet meer en we laden met de Rock Chucker single stage pers.
De hulzen staan gereed op de bank en u heeft de lengte gecontroleerd. Dan is het tijd voor het plaatsen van het slaghoedje.
Het beste kan gekozen worden voor een "large pistol magnum primer". Dit slaghoedje geeft bij alle andere uitvoerige tests het beste resultaat. Gaan we dus ook doen voor de .44-40 patroon.
Hulslengte OK, slaghoedje geplaatst! Op naar de volgende stap, de kruitlading. Gebruik voor de allereerste patronen gewoon het weegschaaltje en ga als men tevreden is over op de ingestelde molen. Neem 33 grain FF kruit van bijvoorbeeld Goex en vul de huls hiermee. Dit is een maximale lading voor de .44-40 patroon.
Plaats daarna de kogel en gebruik als proef een .427 kogel. Zet de kogel op juiste diepte en werk de patroon verder af met de matrijzen.
Pas daarna de patroon in de kamer en kijk of het wapen goed sluit. Let hierbij op dat u dat in een veilige richting doet, bijvoorbeeld in een blinde hoek van de kamer en indien aanwezig, veiligheid erop. Is dit eenmaal OK dan kan de patroon gekopieerd worden.

Hoe moeten we nu testen?
Noteer de Cartridge Overall lenght (COL= totaallengte patroon) in een schrift maar ook alle andere gegevens zoals hulsmerk, slaghoedje, kruitgewicht, kruitsoort, kogelvorm, kogelgewicht, legering van gieten, vetsoort en bewerkingswijze patroon. Lijkt overdreven maar dat hoort nu eenmaal bij een degelijk onderzoek of test.

Meestal neem ik voor een proef 10 stuks patronen en ga daar mee de baan op. Is inderdaad niet veel maar dat dwingt je om er heel serieus mee om te gaan. De praktijk laat zien dat bij veel doosjes de gedachte kan opkomen van "ik heb toch genoeg bij me, het gaat straks wel beter". Maar het gaat meestal niet beter. Doen we dus niet. We hebben heel weinig bij ons en moeten er uit zien te halen wat mogelijk is.
Naar de baan met het wapen en de 
munitie. Schijf kenmerken, op een schoon bord plaatsen en op 25 meter hangen. Deze afstand is ideaal voor een eerste test. Alles komt dan altijd in het bord. En let op, scores zijn helemaal niet belangrijk, we gaan voor groepgrootte. Neem de tijd en richt elke keer op onderkant zwart. Ook al vliegt de kogel in de 3 op 4 uur, geen enkel probleem. Niet op letten en gewoon de 10 schoten lossen met ruime tussenpozen en zo min mogelijk naar de schijf kijken. Na afloop de kaart goed bewaren, er volgen er zeker meer. Te snel weggegooid is vaak spijt hebben. We gaan als eerste de groepgrootte opmeten. Neem daarvoor de uiterste cirkel van hart op hart bij 10 treffers en noteer de waarde. Doe dit ook bij 9, 8 en 7 treffers.
We hebben 10 schoten op de kaart gelost en het resultaat kan bijvoorbeeld zijn zoals hieronder wordt weergegeven.

KISAT (USA) of EMT (NED) TEST
10 schoten op een 25 meter GKP- schijf. Ideaal voor de eerste test. Kaart op 25 meter hangen en 10 schoten lossen. Daarna dit de komende weken een paar keer herhalen. Dan pas kan men een conclusie trekken; het is waardeloos of hier gaan we mee door.

Zoals u ziet is hierboven een kaart zichtbaar met 10 treffers. eerste indruk is gewoon goed want menigeen zou tevreden zijn met dit resultaat uit vrije hand. Jawel, we schieten uit vrije hand en benaderen zo de praktijk. Opgelegd is leuk maar we schieten ook niet tijdens wedstrijden opgelegd! Dat geeft altijd een ander schotbeeld dan uit vrije hand en dat is niet wenselijk.
Laten we even aannemen dat we dit met een revolver zouden hebben geschoten. Dat zou zomaar kunnen, de discipline Webley staat voor achterlaad revolver en het kaliber kan .45 Colt zijn. Deze discipline wordt geschoten door 13 schoten te lossen. Nu hebben we met een achterlaad revolver een testschijf geschoten. Dan is de meest onbelangrijke factor op dit moment de score. Die is dan wel 86 punten uit 10 schoten maar doet even niet ter zake. Het gaat hier om de groepgrootte.
Uit vrije hand hebben we de schoten gelost en hart op hart gemeten krijgen we een bepaalde afstand, in dit geval Afstand B.
Gaan we aannemen dat het meest rechter schot een eigen fout is (toevallig is dat de laagste waarde qua punten) dan meten we beter de beste 9. Wederom hart op hart meten, we krijgen nu afstand A. En dat kunnen we blijven herhalen tot een minimum van 7 treffers. Bij de beste 7 zien we een heel mooie cirkel ontstaan. Het hart van deze cirkel is vaak de afwijking van het vizier die later bijgesteld dient te worden. Ongeveer 50 mm teveel naar rechts en 25 mm te hoog. Maar dat doen we pas na veelvuldig testen.
Als 7 van de 10 treffers zo mooi bij elkaar kunnen komen dan is de eerste start gewoon goed. Tip! Niets veranderen en de test een paar dagen later opnieuw doen. Lukt het om 9 stuks in de kleine cirkel te krijgen dan is men op de goede weg. De daarbuiten liggende treffers zijn gewoon trekkerfouten, bewegen tijdens afdrukken of niet goed kijken.
Hadden al de 10 treffers verspreid over de gehele kaart gezeten, dan kan men bijna concluderen dat er iets mis is. Doe ook dan de test met ongewijzigde componenten over.
Al eerder heb ik geschreven dat een gedisciplineerd persoon op den duur goede munitie maakt en een slordig persoon zelden. 
Een ander punt, in de kleinste groep van 7 schoten is geen 10 aanwezig! Score is niet belangrijk, dat komt later vanzelf wel. Die twee tienen kunnen zelfs de twee linker afzwaaiers zijn! 
Als werkelijk na de eerste serie testen met zwartkruit geladen patronen dit resultaat wordt neergezet met een achterlaad revolver, wees dan maar zeer tevreden. Maar het ging hier even om de uitleg van de test.
En voor de liefhebbers ook nog het volgende; de eerder genoemde lading van 33 grain werd met een 200 grain kogel geklokt op 900 fps vanuit een 7,5 inch loop.